Vrienden van Bali

Restaurant

Een verslag over het eerste project.

Van start!

Banyualit, 3 april/Ubud, 5 april

Na een lange vlucht (12 ½ uur naar Hong Kong en nog eens 4 uur door naar Bali) komen we aan op het vliegveld van Den Pasar. Ayu en Mangku halen ons op. We omhelzen elkaar, wat heerlijk om ze weer te zien! Door de regenachtige Overlegbergen rijden we naar het Noorden. In Banyualit worden we verwelkomd door Agus, Desi en Indah, die onze tassen naar de kamer sjouwen. Al voor het eten raken we uitgebreid in gesprek over het project. Maar het belangrijkste vindt Mangku dat we nu geen gasten meer zijn maar familie: ‘You are my brother and my sister now.’Lang houden we het die avond niet vol, van 8 tot 8 halen we ons slaap in! De volgende ochtend praten we na nasi goreng als ontbijt verder. Mangku heeft vele winkels gecheckt voor de laagste prijzen voor materialen. Het bouwplan is simpel: een plattegrond met niet meer dan twaalf punten en daartussen lijnen waar de pilaren en funderingsbalken komen, de rest zit in Mangku’s hoofd (hopen we). Het restaurant wordt gedraaid naar de weg, krijgt een terrasje (voor ‘lookie, lookie’, aldus Mangku) en op de eerste etage komt het woongedeelte met drie kamers en een dakterras. De inrichting van het restaurant blijft wel gelijk: een eenvoudig open tentje met veel bamboe en met nostalgische ventilatoren. We bekijken ook het woonhuis. Dat is echt aan nieuwbouw toe!

Desi’s slaapkamer

Groene schimmel staat op de muren en het is heel bedompt. Morgen aan de slag dus, nu nog even rustig aan, plan-plan, op de zondag. We gaan met Ayu en Mangku naar hun geboortedorpen en genieten van dat bezoek, van de tempels en de rijstvelden, van de ontmoetingen met familieleden, van de verhalen over hoe Ayu en Mangku elkaar ooit ontmoetten, op de pasar malam.

Geldzaken

Maandag doen we de geldzaken. We halen Desi op van school en wisselen bij de Bank Central Asia het geld dat we cash mee hebben (de helft van de begrote bouwsom) om in roepiah. De helft daarvan, 25 miljoen, storten we op een nieuwe rekening bij BCA van Desi. De andere helft gaat cash in Ayu’s tasje, daar kunnen materialen van gekocht worden en de komende weken de werkers betaald.’ s Middags sjouwen de familieleden hun spullen het huis uit. In het restaurant, dat voorlopig nog blijft staan, is een deel afgescheiden door kasten, daar slapen Ayu en Mangku nu. De kids zitten in bungalow 3.

De dag erop komen de opgetrommelde broers en neven en wordt de sloop gestart. Dat gaat hard met de muurtjes, met die mokerhamers, ook al gaat het met de hand! Enorme stofwolken stijgen op. Een ander begint de dakpannen van het dak te halen, een derde zet zijn moker op de vloer in.

Het betonijzer arriveert, dat gaat Mangku vlechten voor de fundasi en de pilaren. Alle materialen komen in kleine porties, anders wordt het gejat of geleend. Ze worden in de bananenplantage naast Sunset gestald. Als ik zie hoe hard ze aan de gang gaan hebben we er veel vertrouwen in. Als het huis plat ligt zullen ze het geld ook hard nodig hebben voor de wederopbouw. Ze willen in twee maanden klaar zijn, maar voor de grote inwijdingsceremonie wachten ze op Eddie begin juli. Ondertussen worden we vooral ’s avonds verwend door Ayu. We eten met de hele familie en het is een plezier om met elkaar te zijn, lekker te eten, veel te praten en veel te lachen. Mangku is een entertainer. Homestay wordt homesaté, ‘s ochtends drinkt hij een ‘lekker bakkie koffie’. Desi schaamt zich soms voor haar gekke vader maar Indah doet juist weer lekker mee . En Ayu ? Zij ziet alles aan met een brede en gelukkige glimlach.

Banyualit, 11 april

We zijn, na een paar dagen wandelen in Ubud (midden-Bali), met steeds ’s middags veel regen, en na twee heerlijke en zonnige, droge dagen in het noordwestelijke Pemuteran (prachtig gesnorkeld bij het eiland Menjangan) met onze huurauto weer teruggekeerd bij de familie in Banyualit. Leuk om ze weer te zien, heerlijk ayam betutu gegeten. En zeer onder de indruk van de vorderingen bij de sloop. Veel ligt nu plat, het is een grote puinhoop. Tijdens het slopen worden al de gaten gegraven voor de pilaren en de fundering, en er wordt door een ploeg van een man en vrouw of tien (vrienden, familieleden) enorm hard gewerkt. Het is maar goed dat hier de Arbo-dienst niet langs komt, ze klauteren op hun slippertjes tegen muren op, lopen over smalle planken, staan zonder stofmaskers te slopen, hebben dunne werkhandschoentjes aan. Maar wel veel plezier met elkaar, en Mangku is de zeer opgewekte spil van alles. Ayu en haar oudere zus zorgen voor drinken en eten.

Upacara

Vanochtend vroeg was er de upacara, de inwijding, van de fundasi. De vrouwelijke priester kwam langs met een mand vol potjes, fruit, wierook, bloemetjes. Ook Ayu had de nodige offers gemaakt, o.a. met eieren, om de goden gunstig te stemmen en te bedanken voor alle hulp.

Helaas voor Car lag het kippetje al netjes op de offers, het doden hebben we gemist. Mangku en Ayu waren prachtig gekleed, en ook wij hadden onze sarongs aan. Boven op een grote berg modder en puin werd het ritueel voltrokken. Het slopen ging ondertussen met groot geraas en stofwolken door! Het begon met gebeden van de priester en Ayu en Mangku, rijst strooien, water sprenkelen etc. Alle gaten voor de pilaren kregen zo een behandeling.

Daarna mochten we met Mangku naar de huistempel; Ayu moest verstek laten gaan want net op dat moment werden de zakken ’semen’ gebracht (cement dus, zakken van 50 kg!). Ayu checkt of alles conform afspraken is! Dus daar zitten wij op het kleine plateautje met vier kleine tempeltjes in de hete zon te luisteren naar Mangkus gebeden. We verstonden er natuurlijk niets van, maar we hoorden wel vaak Eddie en onze namen genoemd. Met een bloem in de gevouwen handen dankten we samen met Mangku de goden voor een gunstig gesternte. Een uurtje daarna was het gat voor de eerste pilaar gereed en werden alle offers inclusief de kip netjes in het gat vol grondwater gelegd en bedekt met zware stenen.


Fundasi

Daarna konden de nette kleren uit en werd er weer hard verder gewerkt. Mangku met een wollen muts op! We fotograferen uiteraard alles. Nu, rond een uur of half 5, staan er al zes pilaren (van de 12) van betonijzer. Later maakt Mangku er bekisting (is ook in het Indonesisch bekisting) om heen en kan er beton gestort worden.

De kip gaat onder de fundasi

Ondertussen hebben wij op een plaat triplex een groot bord op de weg gemaakt: HATI-HATI ADA PROYEK! (voor de leken: Voorzichtig! Werk in Uitvoering). En op de achterkant: Hier helpt de stichting Friends of Bali!

Om onszelf nuttig te maken hebben we vervolgens een paar uur dakpannen zitten schrobben, zodat ze hergebruikt kunnen worden. Samen met de vrouwen, we zaten onder de modderspatten, we hadden een hoop fun met elkaar. Zelfs de kleine Indah hielp mee!

Na een paar uur moesten we van Ayu stoppen, zichtbaar verlegen dat wij ons in het zweet zaten te werken.

Concluderend kunnen we zeggen dat de zaken met enorme doortastendheid worden aangepakt. Mangku en Ayu kunnen nauwelijks slapen van de opwinding. En ondertussen hebben we enorm veel plezier met elkaar, zoals gisteravond toen we met Agus aan de gitaar liedjes hebben zitten zingen. I Lu, een nichtje van 17 dat bij Ayu en Mangku in de keuken helpt, viert voor het eerst van haar leven haar verjaardag. Met Desi hebben we in Singaraja een hangertje, oorbellen en ring uitgezocht en ze ontvangt ze stralend: ‘Too much nice for me’.

Hati-Hati!

Schrobben met de vrouwen

Banyualit, 17 april

Geen zorgen meer over de regentijd hoor, die is na zo’n dag of acht gelukkig voorbij en we hebben nu, op een enkele bui na, mooi weer.

Nog een project: Babi’s kopen

In Tirtagangga (oost-Bali) hebben we weer in het mooie Cabé Bali gezeten, en prachtig gewandeld met de broer van onze

bekende gids Gedé, Madé (zo heet overigens elke tweede jongen). Hij bleek minstens zo’n leuke vent en onderweg vertelde hij over zijn varkens die hij met z’n moeder samen vetgemest had en die net voor de verkoop jammerlijk waren gestorven. Daar zagen wij een mooi projectje in. Maar zoals dat hier gaat, je kan niet zomaar een paar varkens kopen. De oude vader, die we weer op de been hadden gekregen met enkele ibuprofen 400 mg pillen, ging de kalender raadplegen voor een goede dag voor het kopen van varkens. Dat bleek gelukkig al de volgende dag te zijn (toeval???).

Die dag zijn we vroeg opgestaan, zes uur, en met de hele familie, naar de pasar babi in Abang gegaan. Met hun oude Toyota Kijang, want onze auto was veel te mooi voor varkensvervoer, vond de familie. Daar stonden we tussen de op een rij en op hun zij liggende krijsende varkentjes. De pootjes zijn aan elkaar gebonden en dat weer aan een bamboestok op z’n rug, zodat je er als met een handtasje mee weg kan lopen. Gedé’s moeder aarzelde lang: niet te klein (groot risico doodgaan), niet te groot (te duur) en in goede conditie uiteraard. Liefst mannetjes dan ook nog, want vrouwtjes willen maar een ding: aan de man en dat geeft problemen. Dus na lang kijken, we raakten aan het krijsen gewend, werden er twee goed bevonden.

Varkentjes op een rij

Een d’r bij kon nog wel, zeiden we, qua budget, maar één alleen dat was ‘bad luck’. Dus er moesten er nog twee bij. Na de twee zwartjes nu twee mix: zwart met roze.

Car met varkentje

Terug bij de hokken werden die eerst met vuur ingewijd (kwade geesten wegjagen) en ook de varkens ondergingen een ritueel. Eindelijk stonden ze daar, te bibberen in hun nieuwe hok. Na zes maanden gaan ze in de verkoop en koop je weer nieuwe kleintjes terug: circulasi heet dat. Iedereen zeer gelukkig.

Madé en Ar met varkentje

Verder nog in Ababi een groot tempelfeest meegemaakt, met alles er op en er aan. Ontelbare fruitmanden, geroosterde varkens, gokspelletjes, het voorlezen van teksten in het Sanskriet, eten, traditionele dansen door jonge meisjes en wayang gulit. Erg mooi om mee te maken - we kregen een beetje drie-oktober-gevoel.

Traditionele dans tijdens Upacara

De dag erop zijn we terug naar Pemuteran gereden, naar dat prachtige hotel daar (Taman Sari) aan het strand met schitterende bomen, zodat Ar lekker in de schaduw kan sigaren roken en Car kan bakken op het strand. De volgende ochtend weer schitterend gesnorkeld, een van de mooiste plekken die we ooit gezien hebben, vooral qua levend koraal. Car is het water niet uit te krijgen.

Hard werken

Gisteren teruggegaan naar Banyualit, nog geen uurtje rijden. Daar weer enthousiast begroet, ook door alle werkmannen en vrouwen, die alles over ons weten geloof ik, tijdens de pauze wordt er flink bijgekletst door hen. Half zeven beginnen ze, half 10 is het tijd voor een glas kopi bali en een halve zoete aardappel, om twaalf uur lunch met een enorme bak rijst en wat groente, en dan weer werken tot 5 uur. Die lui worden nooit dik zo!

Mangku buigt betonijzer

Het werk vordert goed, de pilaren staan, de betonijzers voor de tussenliggende balken liggen er, de bekisting wordt aangebracht en vandaag is er al beton gestort. Alles met de hand, emmertjes doorgeven, zelfs Ayu’s oude vader helpt mee. De fundasi is veruit het meeste werk van het project. Mangku is nog steeds zeer opgewekt en tevreden met de voortgang.

Betonijzers verankeren met beton

Prijsstijgingen

Gisteravond na het diner met de familie over de financiën gesproken. Een probleem is de enorme prijsstijging van materialen door enerzijds de tsunami en anderzijds de enorm gestegen olieprijzen (met tientallen procenten, door heel Indonesië heen worden er ‘demonstrasis’ gehouden). Ayu is tot nu toe per saldo zo’n 15% meer kwijt. Ze zaten er flink over in, en Ayu legde samen met Desi uit dat ze nadat ze al zoveel hadden gekregen, niet over die stijgingen durfde en wilde beginnen. We hebben afgesproken een oplossing te zoeken en ook dat ze nu zo snel mogelijk alles bestellen, om verdere stijgingen voor te zijn. Om die reden zijn we ook vandaag naar de bank gegaan om voor de nodige gelden te zorgen. We proberen voor het einde van de reis in ieder geval het afgesproken bedrag op de rekening van Desi te krijgen. Overigens, de bureaucratie op de banken kent geen grenzen. Veel papiertjes, zegeltjes, stempels zetten en kopieën maken voor het innen van Travellers Cheques of voor een storting.

Tot zover jullie speciale verslaggevers ter plaatse.

Ubud, 20 april

We moeten even iets kwijt: we hebben voor ‘t eerst van ons leven gebrommerd, nota bene op een Honda met versnellingen. Het was wel even wennen en het zal geen gezicht geweest zijn, wij getooid met koddige helmpjes op z’n gemakkie in de 2e versnelling, kuilen in de weg en kippen ontwijkend, terwijl we ingehaald werden door van alles en nog wat.
Car probeert ontspannen achterop te zitten en kaart te lezen. Al snel de kleine, rustige weggetjes opgezocht. Enkele diepe ravijnen door, Bali is een vulkanisch eiland, snel naar z’n 1 terug, remmen op tijd gevonden en volop gebruikt. Prachtig rondje gemaakt naar tempels en kleine dorpjes, door de groene sawahs. Pas om vier uur terug, moe en voldaan.
Gisteren uit Banyualit vertrokken. Nog een groepsfoto van de hele troep werkers gemaakt, die trots poseerden op de inmiddels stevige betonnen fundasi. Met Ayu nog eens de administratie doorgenomen, ze houdt alles precies bij. Wie wanneer werkt, dag- en weekstaten. We krijgen kopieën mee van alle afleverbonnen. De werkers verdienen Rp. 40.000 per dag (is 3,5 euro) en de helpers Rp. 25.000.
Ar op de Honda

Polisi!

Op weg naar Ubud met de auto ook over kleine weggetjes, worden we aangehouden door de toeristenpolisi. Te herkennen aan frivole roze stropdasjes bij hun bruine uniform. Bleek onze auto wel een sticker van het verhuurbedrijf te hebben, maar niet het kenteken dat bij huurautos hoort. Bars werden we door de laagste in rang ondervraagd, hij dreigde de auto in beslag te nemen en met ons naar Ubud te vertrekken. De wat oudere en hogere in rang leek vriendelijker en Car babbelde in haar beste bahasa er lustig op los, bood dodol (snoepjes) aan en we zijn beide naar waarheid zeer verbaasd over het geval. Met onze mobiel werd de verhuurder gebeld, die er van langs kreeg. Ik liet ondertussen mijn Justitiekaartje zien (en vertelde dat ik ook voor de polisi werk), en dat wekte veel belangstelling. Eerst bars maar later poeslief De barse sfeer was gebroken, de mannen wilden wel met Car tussen hen in op de foto en gaven hun adres om de foto te ontvangen.

De boete, die die verhuurder aan ons moest terugbetalen, werd ons met een brede grijns kwijtgescholden maar: ‘’Vertel dat maar niet aan de verhuurder, laat die maar betalen!’. Helaas ging het maar om Rp 20.000 (anderhalve euro). Als goede vrienden gingen we uit elkaar, handen schuddend en zwaaiend, en als we problemen hebben, kunnen we altijd bellen. Zo zie je maar weer, de polisi kan ook hier (heel soms) je beste vriend zijn!


Leiderdorp, 23 april

Na twee heerlijke laatste dagen in Ubud brengt Gusti, de vriendelijke jongen van ons homestay Arjana II, ons op de brommer in twee shifts naar het centrum, waar we Ayu, Desi en Mangku treffen. Wat zijn we inmiddels vertrouwd met elkaar geworden. Mangku is zeer gelukkig als ik hem met bli (Balinees voor oudere broer) aanspreek. Onderweg naar het vliegveld horen we over de laatste vorderingen: de pilaren zijn gestort, een bamboesteiger voor de vloer van de eerste etage wordt voorbereid, Mangku gaat ook daarvoor betonijzer vlechten. En weer voegt Mangku toe: ‘And now I am very happy!’. Ondertussen smullen van de heerlijke zoete mangistans die Ayu mee heeft.

Op het vliegveld

Terug naar ons koude kikkerland

Bij het vliegveld drinken we een laste drankje met elkaar. Mangku steekt zijn onafscheidelijke kreteksigaretje op (Dji Sam Soe) en zegt grijnzend: ‘This is pitamien’. Wij overhandigen de stapels roepiahs die we de afgelopen dagen bij elkaar hebben weten te flappentappen: zo hebben we de 100 miljoen bereikt. Ayu stopt ze met tranen in de ogen in haar tasje. Mangku schetst zijn droom: als we met pensioen zijn gaan we samen zitten genieten op zijn dakterras: ‘I like like that’. Wij niet minder en we bedanken voor de heerlijke dagen die we bij ze geweest zijn, voor de gezelligheid en warmte waarmee we in de familie werden opgenomen. Dat geeft ons een rijk gevoel!

De toekomst

Uiteraard zijn we zeer benieuwd hoe de bouw voltooid wordt. Belangrijk is dat het toerisme op Bali aantrekt – de eerste voortekenen zijn gunstig – zodat Ayu en Mangku met hun nieuwe restaurant de nodige inkomsten kunnen verwerven. De stichting is nog niet klaar. We gaan zoeken naar financiën voor mogelijke overschrijdingen van de begroting en zullen ook nieuwe plannen maken. In het dorp zijn er nog genoeg mensen die hulp verdienen!

Zin gekregen om de stichting (verder) te steunen? Stort dan uw bijdrage op girorekening 4230470 van de stichting Vrienden van Bali.

e-mail: arjen@vriendenvanbali.com
Dit is de eerste uitgave van de stichting.
Tekst en foto’s: Arjen van der Kuijl. Leiderdorp, april 2005

Een ploeg die bouwt aan de toekomst!


Op deze pagina vindt u een overzicht van alle publicaties van de stichting. De reisverslagen van de website zijn hier in pdf nog rustig na te lezen.